verwanten, relaties en tijdgenoten van Frederik II
1074-1118. Ook: Adelheid del Vasto, derde vrouw van Rogier I, een korte tijd Koningin van Jeruzalem als vrouw van de bigamische Boudewijn I; dit gaf haar zoon Rogier II min of meer rechten op de troon van Jeruzalem.
1184-1222. Van hoge Zwabische adel; de Italiaanse tak van de familie verzorgde Frederik in zijn vroegste jeugd in Foligno; ontmoette Frederik in 1216 in Neurenberg; moeder van Enzio (duits: Heinz); door Frederik 'Alayta' genoemd; haar vader was graaf van Assisi en Hertog van Spoleto.
midden 12e eeuw. Eerste vrouw van Frederik Barbarossa; huwelijk geannuleerd in 1153.
begin 13e eeuw. Broer van Constance van Aragon. Begeleidde haar in 1208 naar Sicilie en stierf in de augustushitte van Palermo.

1180-1238 sultan, zoon van Al-Adil, neef van Saladin. Onderhield voortreffelijke contacten met Frederik en onderhandelde met hem over Jeruzalem.
1205-1230. Nicht van Isabelle van Brienne en begeerd door Frederik, die voor haar zijn canzone "Bloem van Syrie" schreef. Moeder van Blanchefleur.
1140-1184. Tweede vrouw van Frederik Barbarossa; kreeg vijf zonen en 2 dochters; moeder van Hendrik VI; grootmoeder van Frederik; trouwde met Frederik Barbarossa op haar 15e; kon niet alleen rijden en vechten maar sprak binnen de kortste keren ook Frans en Duits, Latijn en Italiaans; bracht Franse courtoisie en troubadours aan het Duitse hof en inspireerde daarmee Wather von der Vogelweide. Omgekeerd leerden de bouwmeesters in Frankrijk de gotiek kennen.
1130-1185. Dochter van Gunther, graaf van Rethel en van Beatrix, de dochter van de Graaf van Namen. Zij was de 3e vrouw van Rogier II, moeder van Constance van Altavilla, grootmoeder van Frederik, dochter van degraaf van Rethel (NO van Reims); begraven in de kerk van Maria Magdalena in de wijk Galca (Palermo).
vrouw van Manfred, flink wat ouder dan hij;.
1160-1252 Aartsbisschop van Palermo. Adviseur, levenslang vertrouweling en vriend van Frederik. Vergezelde Frederik op kruistocht, pleitte voor hem op het Concilie van Lyon en was aanwezig bij zijn sterfbed.

1091-1153. Ook: Bernhard van Fontaine. Cistercienzer abt; begenadigd spreker en belangrijk adviseur van pausen en koningen. Riep op tot de 2e kruistocht (Vezelay, 31 maart 1146) en wist mensenmassa's op de been te brengen. Promotor van de Tempeliers. Stond al bij leven als zeer heilig te boek.Zou, urenlang in gedachten verzonken lopend langs de oever van het meer van Geneve, niet in de gaten hebben gehad dat hij langs het meer liep. Was zo'n overtuigend spreker dat hij mensen kon bewegen alles op te geven wat zij bezaten. Men vertelde dat als Bernard in de buurt was, moeders hun zonen verborgen, en vrouwen hun echtgenoten. Zijn oproep tot de tweede kruistocht was zo'n succes dat in sommige delen van Duitsland nog maar 1 man overbleef op iedere zeven vrouwen
1211-1246. Ook: Bianca van Agliano, kleindochter van Manfred I di Busca; stiefdochter van graaf Bonifacio d'Agliano, die getrouwd was met de weduwe van Manfred Lancia ; Frederiks vrouw/echtgenote, afkomstig uit Oost-Sicilie, markgravin oorspronkelijk uit Piëmonte, dochter van de met Bonifacio d'Agliano gehuwde weduwe van Markgraaf Manfred dei Lancia, die troubadour was en als lansier in dienst van Frederik Barbarossa in keizerlijke dienst stonden; morganatisch huwelijk, ook huwelijk "met de linkerhand" genoemd, waardoor haar kinderen gelijkgesteld werden met wettige kinderen; moeder van Manfred en Constanza (2 jaar ouder dan Manfred, werd keizerin van Byzantium en stierf op 77-jarige leeftijd in Valencia); ontving de graafschappen Gravina, Tricarico en Monte Sciaglioso. Werd ook vorstin van Monte Sant Angelo, die tot dan toe onderdeel was geweest van de bruidsschat van Siciliaanse koninginnen. Zij bezat haar eigen residentie in een villa bij Foggia, waar Manfred opgroeide. Sterft aan malariakoorts; huwelijk met Frederik zou 'in articulo mortis' zijn - gesloten vlak voor haar dood.
1154-1198. Tante van Koning Willem II, dochter van Rogier II en Beatrix van Rethel, vrouw van Hendrik VI en 11 jaar ouder dan hij. Moeder van Frederik II; witte huid, blauwe ogen, roodblonde haren van de Noormannenvrouwen, dunne lippen; haatte alles wat Duits was: zij vond dat onbehouwen, mateloos en gelijkhebberig; teruggetrokken opgegroeid aan het hof in Palermo; nooit gekroond tot koningin van Sicilië.
1183-1222. Frederiks 1e echtgenote; minstens 9 mogelijk 15 jaar ouder dan hij en sinds 1204 weduwe van de Hongaarse koning Emmerik, en moeder van een zoon, Ladislaw III (1199-1205). Klein van stuk, en nogal gevuld in de heupen. Frederik en zij hielden (zelfs tot hun eigen verbazing) echt van elkaar. Was regentes voor haar zoon Hendrik VII tijdens Frederiks verblijf in Duitsland (1212-1220). Werd - als enige van Frederiks echtgenotes - tot keizerin gekroond. Stierf plotseling, op het hoogtepunt van Frederiks veldtocht tegen opstandige moslims. Frederik gaf haar zijn eigen kroon mee in haar graf. 

1207-1232. Vrouw van Lodewijk van Thuringen, Frederiks neef, die in 1227 met Frederik op kruistocht zou gaan maar stierf aan de epidemie die in de haven van vertrek was uitgebroken. Na de dood van haar echtgenoot, trok Elisabeth zich terug van het hofleven en wijdde zich enkel nog aan goede werken. Frederik had haar zelf willen huwen nadat hij weduwnaar was geworden, maar zij weigerde.Was tijdens haar leven al bijna een heilige. Vier jaar na haar dood heilig verklaard (1235). Bij het overbrengen van haar overblijfselen naar de nieuwe Elisabethskerk in Marburg liep de geexcommuniceerde Frederik - blootsvoets, en in een grijze cistercienzer pij- voorop in de stoet.

1160-1227. Vermaard en gevreesd leider van de Mongolen. De onstuitbare uitbreiding van zijn rijk, die in het Westen met angst en beven werd gadegeslagen, kwam alleen tot stilstand door zijn onverwachte dood. Zond ooit een gezantschap naar Frederik met een ultimatum om zich over te geven. In ruil mocht hij zich een mooie functie kiezen. Frederik antwoordde dat het hem wel wat leek valkenier van de Khan te worden.
ong.1170 - 1225. Engelbert II van Berg. Vanaf 1216 aartsbisschop van Keulen en machtigste van alle Duitse vorsten. Was voogd en regent voor Hendrik VII en kroonde hem in 1222. Bleef ook daarna Hendriks voogd. Kende stadsrechten toe aan belangrijke Duitse steden.
1215-1272. "Falconello", het "valkenjong"; Een van Frederiks talrijke en geliefde bastaardzoons (van Adelheid van Urslingen); koning van Sardinië; leidde veldtochten in Lombardije; sterft na meer dan 20 jaar te hebben doorgebracht in Bolognese gevangenschap; naast Manfred de belangrijkste van Frederiks buitenechtelijke zonen; zijn vrouw Adelasia loopt over naar het pauselijke kamp;.

1194-1259. Getrouwe en veldheer van Frederik vanaf 1236; de schrik van Verona en Padua; een van de meest verfoeide dertiende eeuwers; noemde zichzelf "gesel der zondaren"; ging om met ketters, was ongehoord bruut tegen zijn vijanden en droeg zijn minachting voor de Kerk openlijk uit; Frederiks belangrijkste bondgenoot in Lombardije; ook schoonzoon van Frederik. Een duivelskind: van top tot teen bedekt met zwart kroeshaar en een rabiaat vrouwenhater. Bekwaam generaal; veroverde Verona, en beheerste daarmee de Adige Vallei (de Klausenpas) - de belangrijkste verbinding naar Zuid Tirol en Zuid-Duitsland; had zijn eigen astrologen.
ong. 1180-1250. Emir, mysticus, diplomaat en vertrouweling van sultan Malik al-Kamil; vriend en vertrouweling van Frederik
ong. 1220 -1250. Hoveling en hofdichter. Neef van de keizerlijke hofmaarschalk Giordano Ruffo. In de naaste omgeving van Frederik in diens laatste jaren, aanwezig bij zijn sterfbed en mede-ondertekenaar van Frederiks testament.

1181-1226. Was - ongewapend en zonder bescherming - aanwezig op het slagveld bij Damietta tijdens de Derde Kruistocht. Werd als bijzonderheid voor sultan al-Kamil gevoerd en probeerde hem te bekeren. Kreeg van Innocentius III in 1209 toestemming om zijn orde van minderbroeders te stichten. Gestorven aan het op beestachtige wijze uitgevoerd dichtbranden (cauteriseren) van zijn slaapaderen als remedie tegen een in Egypte opgelopen ooginfectie. Wat beschouwd werd als zijn stigmata zijn waarschijlijk de sporen van melaatsheid geweest. Heeft mogelijk Frederik een keer persoonlijk ontmoet.
1045-1105. De grootvader van Frederik Barbarossa; volgens de verhalen zou hij de enige zijn geweest die Hendrik IV over de Alpen vergezelde bij zijn zware gang naar Canossa; als dank kreeg hij diens dochter Agnes tot vrouw en het hertogdom Zwaben als bruidschat.
1122-1190. Tweede Duitse Koning van de Zwabische dynastie der Hohenstaufer (1152-1190); zijn bijnaaam Barbarossa ("Roodbaard") werd hem door zijn vijanden gegeven. Kleinzoon van Frederik de Oude, zoon van Frederik ("Eenoog") Monoculus, vader van Hendrik VI, grootvader van Frederik II; in 1156 gehuwd met Beatrix van Bourgondië; grootvader van moeders zijde: de Welf Hendrik de Zwarte (vader van Judith); leidde zes veldtochten naar Italië. Zette zich aan het hoofd van een grote Kruistocht in 1188 maar verdronk in het riviertje de Saleph in Klein-Azie, nog voordat hij Jeruzalem had bereikt. 
1225-1256. Buitenechtelijke zoon van Frederik; generaalkapitein van Toscane.
1257-1323. Kleinzoon van Frederik via Margarethe, de oudste dochter van Isabella van Engeland; de laatste hoop der Staufers was op hem gericht.
Opstandige hertog van Oostenrijk; in 1236 verslagen en gevlucht.
nicht van Margaretha van Oostenrijk; in 1245 beoogd als vierde vrouw van Frederik, maar sloeg het aanbod af.

rond 1200 - 1248; notaris uit Catania; hofdichter aan het hof van Frederik; de meest productieve en waarschijnlijk belangrijkste dichter in de kring rondom Frederik; vooral bekend geworden als "uitvinder" van het sonnet.
hoveling en hofdichter; genoot het vertrouwen van Frederik en was Generaal Vicaris van de Mark Ancona; behoorde tot degenen van wie Frederik zegt dat hij ze als zijn eigen zoons heeft opgevoed; nam actief deel aan de samenzwering tegen de Keizer in 1246; zijn ogen werden hem uitgebrand.
Siciliaanse graaf die de opstand tegen Hendrik VI leidde; stond mogelijk in contact met Constance van Altavilla, die gedwongen werd toe te kijken hoe hij doodgemarteld werd. Omdat hij ervan verdacht werd zelf koning te willen worden wanneer Hendrik VI was verdreven, werd hij bij zijn marteling op een gloeiend hete ijzeren troon gezet en kreeg een gloeiende kroon op het hoofd geslagen.
Lijfarts van Frederik vanaf 1240 en aanwezig aan diens sterfbed. Hooggeleerde melancholicus uit Salerno en schrijver van een beroemd medisch compendium. Van Welfenzijde ging het gerucht dat hij op aandrang van Manfred Frederik zou hebben vergiftigd.
oudere zus van Bianca Lancia.

1167-1241 Paus en aartsvijand van Frederik; geboren in Anagni als Hugo (Ugolino) van Ostia, afkomstig uit het huis van Segni, dat in totaal 9 pausen voortbracht. Vanaf 1206 kardinaalbisschop van Ostia; legaat in Duitsland van 1207-1209; 177e paus vanaf 1227 op zijn 60e jaar. Jurist en geloofsfanaat, maar ook behept met onstilbare honger naar pronk en macht. Beschermer van de minorieten. Stelt een belangrijk wetsboek op voor het kerkelijk recht. Excommuniceert Frederik twee keer - eerst in 1227, daarna in 1239; sterft in de moordende augustushitte juist voordat Frederik hem gewapenderhand uit Rome wil drijven.
begin 13e eeuw. Puaelijk legaat in Sicilie; leraar van Frederik; onderwijst hem in o.a. rekenkunde en geometrie
1238-1253. Zoon van Frederik en Isabelle van Engeland.

1130-1195. Welf. Neef en rivaal van Frederik I Barbarossa. Verzuimde hem bij te staan in de slag bij Legnano en werd, mede om die reden, door Frederik I verbannen naar Engeland. Dat leidde tot veel trammelant en verdeeldheid, die pas weer werd rechtgezet toen Frederik II een kleinzoon van Hendrik de Leeuw (Otto "het kind") in waardigheid herstelde en het hertogdom Brunswijk tot leen gaf. Vader van Otto IV. Vorst over groot territorium (Saksen) aan de oostelijke grens van het rijk. Stuwde Brunswijk op in de vaart der volkeren.
1165-1197. Tweede zoon van Frederik Barbarossa en Beatrix van Bourgondië; geboren in Nijmegen; vader van Frederik II; klein, bleek,spichtig, bedachtzaam, zwakkelijk, hoog voorhoofd, lachte nooit - het tegendeel van zijn vader; na de dood van zijn oudere broer op driejarige leeftijd in Aken tot koning gekroond; drie minneliederen van zijn hand zijn overgeleverd; de kroniekschrijvers berichten niets persoonlijks over hem; geen groot ruiter of veldheer; wel vastbesloten en scrupuleloos; behendig en wendbaar politicus; een streng asceet die soms pas 's avonds bedacht dat hij nog iets moest eten. Haaks op zijn gruwelijke, wrede reputatie staat het feit dat hij ook dichtte: er zijn drie liederen van hem bewaard gebleven.
1211-1242. Zoon van Frederik; Koning van Duitsland; afgezet in 1235 en veroordeeld tot levenslange gevangenschap; liep mank; blond haar; vrolijk; kunstzinnig;.
1180-1208. Echtgenote van Philip, de jongste broer van Hendrik VI en weduwe van de vroeg gestorven oudste zoon van Tancred van Lecce en dochter van de Byzantijnse keizer Isaak II Angelos; moeder van vier dochter: Beatrix, Kunigunde, Maria en Beatrix (jr); na haar huwelijk met Philipp werd zij Maria genoemd; in het kraambed gestorven bij een vroegtijdige bevalling; begraven in Lorch.

1161-1216. paus op 37- jarige leeftijd (1198-1216) ; Lothar van Segni; uit het huis van Conti; smal, Romeins gezicht; energiek, ascetisch, jurist van een goede Romeinse familie, kerkhervormer en geniaal machtspoliticus; zijn devies: "minder dan God maar meer dan de mens"; dominerende persoon in de ME; hij at als een mus en sliep als een olifant - dat wil zeggen: bijna nooit. Volkomen onverwacht op 56-jarige leeftijd gestorven in Perugia; studeerde theologie en recht in Parijs en Bologna; werd door zijn oom Paus Clemens III tot kardinaal gewijd in 1190; bekend om zijn strijd tegen de katharen; beroemd op het oproepen tot de dramatisch verlopen 4e kruistocht van 1204; excommuniceerde koning Jan Zonderland en keizer Otto IV; voelde dat zijn macht Godgegeven was, en voelde zich eerder de opvolger van God dan van Petrus: "in ons wordt God vereerd als wij vereerd worden, en wordt hij geminacht als wij geminacht worden." Als bemiddelaar tussen mens en God vond hij dat hij het recht had "trecht te spreken over allen, maar door nioemand berecht te worden.Gaf Franciscus van Assissi toestemming zijn orde te stichten (na hem aanvankelijk bruusk weggestuurd te hebben: "verdwijn jij maar naar een varkenskot" Zou tot inkeer zijn gekomen na een waarschuwende droom.)
1214-1241. Elizabeth - maar Isabella is de destijds meer gangbare vorm van de naam; dochter van Jan Zonderland; zuster van koning Hendrik III; 3e echtgenote van Frederik; sterft in het kraambed van haar 3e kind.
oudere zus van Bianca Lancia ?? zou Frederik al eerder een kind hebben geschonken??.
1148-1237. Franse graaf, oorspronkelijk uit Champagne, echtgenoot van Maria van Montferrat, vader van Yolande; werd een verbitterd vijand van Frederik, toen die, na het huwelijk met zijn dochter, direct de titel Koning van Jeruzalem voor zichzelf opeiste ; werd voor het strijdkarretje van paus Gregorius IX gespannen om met de pauselijke "sleutelsoldaten" Sicilie binnen te vallen tijdens Frederiks afwezigheid op kruistocht. Eindigt als Regent in Constantinopel; grote gezette man.
1138-1152. Voorganger en oom van Frederik Barbarossa.
1228-1254. Zoon van Frederik en Isabelle van Brienne; vermoedelijk gestorven aan malaria.
1252-1268. Conradin, zoon van Koenraad IV, laatste telg van de Staufer dynastie; onderneemt een veldtocht naar Sicilië, maar wordt verraden en verkocht aan Karel van Anjou; wordt op 29 oktober 1268 in Napels terechtgesteld op de Campo Morocino, de huidige Piazza del Mercato. Roept op het schavot om zijn moeder. Zijn lijk en dat van zijn metgezellen werden verspreid op het strand.
1125-1137. Vader van Koenraad III, grootvader van Frederik Barbarossa.
1232-1266. Zoon van Frederik en Bianca Lancia; vorst van Tarente; na de dood van Conrad koning van Sicilië.
Markgraaf; bevelhebber van Frederik in Lombardije ten tijde van de val van Parma; Frederiks militair adviseur, raadsman en vriend; broer van Bianca Lancia; brengt de gevangengenomen Hendrik VII van Venetië naar Apulië; familie del Vasto ontleent zijn naam aan de voorvader die lancier in dienst van Frederik Barbarossa was. Vader, Manfred II had 8 kinderen, vier zoons (Manfred III, Guglielmo, Galvano en Frederik) en vier dochters (Bianca, Beatrice, Agnes en Isabella); Bianca was kennelijk het 3e kind en de oudste dochter.{
vrouw van Hendrik VII, 7 jaar ouder dan hij; ongelukkig huwelijk.

1175-1235. In de kring van geleerden rondom Frederik was de oorspronkelijk uit Engeland afkomstige Michael Scotus de belangrijkste, meest invloedrijke en meest kleurrijke persoon. Enerzijds gerespecteerd geleerde, vertaler (de werken over dierkunde van Avicenna) en auteur van natuurwetenschappelijk een filosofische geschriften - vooral de verspreider van de aristoteleisch-arabische filosofie van Averroës; anderzijds een man die aan magische kunsten deed, alchemie en sterrenwichelarij en die neigde tot charlatanerie. Ook zeer gewaardeerd vanuit pauselijke kant. Kreeg geschenken en sinecures aangeboden.
Scotus beweerde dat hij in de bewegingen van de hemellichamen niet de oorzaken zag van de gebeurtenissen, maar wel de aanduiding ervan. Zoals je aan het schild aan de muur van een herberg kunt zien dat er wijn geschonken wordt. In zijn tijd was het geloof wijd verbreid dat de stand der sterren een bepalende invloed heeft op de uit de elementen opgebouwde wereld, op planten, dieren, en zelfs op mensen. Astrologie (in de 12e eeuw verrijkt door vertalingen uit het Arabisch) stond in de 13e eeuw in hoog aanzien, in zowel wereldlijke als geestelijke kringen.
Aan het hof stelde Michael Scotus een driedelig astrologisch handboek samen, dat tot de 16e eeuw een brede verspreiding kende. Naast een rechtgeaarde Godsleer en Engelenleer, bevat het allerhande bijgelovige praktijken en obscure Oosterse bronnen.
Michael Scotus droeg steevast een ijzeren helm (cerebrerium) omdat hij in de tekenen had voorzien dat hij zou sterven door een vallende steen. Wat trouwens - toen hij in een kerk zijn helm afzette - inderdaad gebeurde...

1177-1218. Duits-koning en Keizer van het Duitse Roomse Rijk. Derde zoon van Hendrik de Leeuw en oomzegger van Richard Leeuwenhart, aan wiens hof hij werd opgevoed. Trouwde met Beatrix van Zwaben, de dochter van zijn (vermoorde) tegenstrever Philipp IV. Tot keizer gekroond en enkele jaren later geexcommuniceerd door paus Innocentius III. Bittere tegenstander van Frederik II, door wie hij van de troon werd verdreven.
1196-1213. Koning van Aragon; broer van Constance van Aragon (en Sancha, die Frederik alseerste was toegezegd).
1177-1208. Jongste broer van Hendrik VI; geeft in 1193 zijn geestelijke loopbaan op (proost van het Mariastift in Aken en bisschop van Würzburg) en wordt Hertog van Toscane; door Walther von der Vogelweide der junge sueze man genoemd; sympathiekste van alle Staufers; getrouwd met de Byzantijnse prinses Irene, de jonge weduwe van Tancreds oudere zoon Rogier III, die gekroond koning was geweest maar eerder dan zijn vader was gestorven. Na de dood van Hendrik VI en een lange, uiteindelijk succesvolle koningsstrijd tegen Otto IV wordt hij in 1208 - om niet politieke redenen - vermoord: dit is de eerste koningsmoord uit de Duitse geschiedenis.
1225-1249. Buitenechtelijke zoon van Frederik; generaalvicaris van het graafschap Ancona en Spoleto, Graaf van Chieti; heerser over Romagna, de Marche en het hertogdom Spoleto; gestorven aan dezelfde koorts als Bianca Lancia.
zoon van de weerspannige graaf Thomas van Caserta; ontwikkelt zich tot een van de naaste getrouwen van Frederik en wordt zijn schoonzoon(echtgenoot van Violante); graaf op Sicilië; aanwezig bij Frederiks sterfbed.
1031-1101. Graaf van Sicilië en Calabrie, met behulp van zijn broer Robert Guiscard; zoon van Tancred van Hauteville; ontfutselde Sicilië aan de onderling strijdende Arabieren; stichtte/restaureerde 14 orthodoxe kloosters; steunde op de inheemse Griekse bevolking die hem als bevrijder van de Arabische heerschappij zagen. Behandelde de Arabieren tolerant, stelde hun leefwijze en arbeidsverhoudingen veilig, nam hun bestuur en instellingen over - waaronder het belastingsysteem - en zette hen in als soldaten in zijn leger. Nam om deze reden niet deel aan de kruistocht van 1099: het kwam niet overeen met zijn tolerantiepolitiek..
1095-1154. Zoon van Rogier I; "Koning van Sicilie en Hertog van Apulië"; getrouwd met Beatrix van Rethel (zijn 3e vrouw) nam in 1112 de regering van Sicilië over van zijn regentmoeder, verenigt Calabrië en Apulië met Sicilië; hanteert aan zijn hof het pronkvolle Byzantijnse ceremonieel en geeft zijn beambten Griekse titels, zoals logotheet of pronotarius ; de taal van zijn kanselarij is Grieks: driekwart van alle oorkondes zijn in het Grieks; bouwt de Cappella Palatina in Palermo en de Dom van Cefalù; interesse in de zichtbare natuur, in de tastbare zaken en hun eigenschappen; zijn voorkomen was: "groot, gezet, koninklijk in ieder opzicht en met een harde stem"..
1222-1244. Buitenechtelijke dochter van Frederik; uitgehuwelijkt aan Ezzelino da Romano.
tweede vrouw van Rogier II; stierf 2 jaar na haar huwelijk - vermoedelijk in het kraambed.
koning van 1154-1166; werd vanwege zijn strengheid " de slechte" genoemd; opvolger van Rogier II; zijn zoon Rogier stierf door een verdwaalde pijl die in zijn oog kreeg toen hij aan het venster in Palazzo Reale stond tijdens het oproer van 1161
1154-1189; "de goede" kleinzoon van Rogier I; gekroond ddor artsbisschop Romualdo; getrouwd met Johanna, de nog jonge dochter van Hendrik II van Engeland, stimuleerde wetenschappen; toleranter dan de paus aangenaam was; kleedde zich graag Arabisch, hield van Oosterse luxe en gewoontes; begin in 1172 aan de bouw van Monreale; neigde er net als zijn vader toe het feitelijke bestuur over te laten aan hoge geestelijken, edelen, beambten en vertrouwelingen, zodat zij zelf meer de handen vrij hadden om te genieten van de verrukkingen van het oriëntaalse luxeleven; stichter van de abdij van Monreale; aanvankelijk nam zijn moeder Margaretha de voogdij op zij.

1211-1228; ook: Isabelle van Brienne; koningin van Jeruzalem via haar moeder, Maria van Montferrato en Jan van Brienne. Werd op haar 14e vanuit Akko naar Sicilie gehaald om de tweede vrouw van Frederik II te worden. Door dit huwelijk, dat werd gesloten in november 1225, verwierf Frederik de titel Koning van Jeruzalem. Yolande had een kort, triest leven, dat nog geen achttien jaar duurde. Een teer, breekbaar meisje dat bij Frederik geen grote hartstocht vermocht op te wekken. Werd weggehouden van het hof. Schonk Frederik een zoon, Koenraad IV maar stierf enkele weken na de geboorte aan kraamvrouwenkoorts.
