C1 - Sicilië en zijn overheersers

Sicilië heeft al duizenden jaren een magische aantrekkingskracht. In de loop van de geschiedenis heeft dit grootste eiland van de Middellandse Zee (25.000 km2) vijftien veroveraars gehad. Sicilië veroveren was nooit moeilijk: met een kustlijn van 1000 kilometer was het toch nauwelijks te verdedigen. De vreemde bezetters kwamen uit alle windrichtingen. Na de Feniciërs uit het Zuiden en de Grieken uit het Oosten kwamen de Romeinen en de Arabieren. Door zijn ligging tussen Oost en West, tussen Noord en Zuid, was het voor Sicilië altijd erop of eronder. Het eiland was ofwel het centrum van politieke en culturele stromingen, ofwel de buitenste rand ervan.

Sicilië en de Grieken
Het driehoekige eiland Sicilië, dat op het snijpunt ligt van drie continenten en door drie zeeën wordt omgeven, heeft in de geschiedenis drie keer een culturele hoofdrol gespeeld. De eerste keer was dat in de Griekse tijd, van de 8e tot de 3e eeuw vóór Christus.
Rond 800 v.C. beginnen groepen ontevreden Grieken weg te trekken uit Griekenland, op zoek naar geschikte plaatsen om zich te vestigen en voor zichzelf te beginnen. Zij schepen zich in in hun drieriemers: met drie rijen roeiers boven elkaar, waren het snelle, wendbare galeischepen, die wel 100 km per dag konden afleggen. De bemanning van tweehonderd koppen deed ook dienst als leger. Sommigen gaan naar het oosten, naar de kusten van de Zwarte Zee. Anderen zetten koers naar het westen en komen uit aan de kusten van Zuid-Italië en Sicilië.
Sicilië blijkt een ideaal land te zijn voor de Griekse nieuwkomers: zij treffen er hetzelfde klimaat al
s thuis, terwijl de bodem veel vruchtbaarder is. Dat betekent meer dan uitstekende omstandigheden voor landbouw: ook de vijgenbomen en olijfbomen die ze uit Griekenland hebben meegenomen doen het hier uitstekend. Zo begint, overwegend in het oosten van het eiland, de Griekse kolonisatie van Sicilië met het stichten van onafhankelijke stadsteden (polis). De Grieken stichten de ene stad na de andere, die ze - voor het gemak en vanwege het verrukkelijke klimaat - bij voorkeur in de kuststreek bouwen. De kolonisatie wordt een groot succes. Van de drie metropolissen in de klassieke oudheid liggen er twee op Sicilië: Syracuse en Akragas (beter bekend als Agrigento, zoals Mussolini de stad noemde - omdat dat "klassieker" klonk.)
Sicilië en de Romeinen
De zes eeuw overheersing door de Romeinen - de langste overheersing van allemaal - is niet een van de hoogtepunten van Sicilië geweest. Zes eeuw lang is Sicilië de graanschuur van het Romeinse Rijk en een favoriete vakantiebestemming. Maar Sicilië zelf is daar weinig mee opgeschoten. Net als Sardinië, is Sicilië door de Romeinen nooit als bondgenoot maar altijd als onderdaan beschouwd. Het is altijd een provincie gebleven, bezet gebied. Het eiland wordt niet geromaniseerd, de Romeinse cultuur vindt nauwelijks ingang, de taal van het gewone volk blijft het Grieks. De Romeinen voeren op Sicilië hun bestuursapparaat in, hun belastingsysteem, en gaven het eiland zijn rampzalige sociale stelsel. Zij delen het land op in latifundia, feodale grootgrondbedrijven die uitsluitend door slaven bewerkt werden. Daarmee wordt de kiem gelegd voor de kloof tussen schatrijke grootgrondbezitters en straatarme boeren en dagloners. En daarmee ook de kiem voor de maffia.
Sicilië en de Arabieren
Na de Romeinen en de Byzantijnen, wordt Sicilië in de 9e eeuw geleidelijk aan veroverd door de Arabieren, onder leiding van de dynastieën van de Aghlabiden en Fatimiden. In 827 wordt de stad Mazara als eerste ingenomen; daarna volgen Palermo (831) en Messina (842). Na hardnekkige tegenstand is in 878 Syracuse de laatste stad die in Arabische handen komt.
Na de Grieken, is dit de tweede periode van bloei voor Sicilië. In de eeuwen dat het onder Arabische heerschappij stond, was Sicilië het rijkste en meest tolerante land aan de Middellandse Zee.
De met 'Arabieren' aangeduide veroveraars zijn een bonte mengeling van Egyptenaren, Arabieren, Berbers, Perzen en Soedanezen. Zij schaffen het gehate Byzantijnse belastingstelsel af, en vestigen een voorbeeldig bestuur. Veel Christenen bekeren zich tot de Islam, hoewel zij hun godsdienst vrijelijk mogen blijven beoefenen, net als de joden. Ze moeten alleen een "ongelovigenbelasting" betalen.
Anders dan de Romeinen, die alleen maar kwamen halen, komen de Arabieren ook dingen brengen. Nieuwe landbouwproducten zoals suikerriet, rijst, gedroogde pasta, citrusvruchten, katoen ("al-Qutun"), ijs, dadels - ze zijn allemaal te danken aan de Arabieren. De Arabieren voeren ook revolutionaire ontwikkelingen in, zoals een uitgekiend systeem van kanalisering en irrigatie. De Romeinse latifundia (grootgrondboerderijen) worden omgevormd tot kleine tuinbouwbedrijven, en binnen korte tijd wordt Sicilië het rijkste eiland van de Middellandse Zee.
Palermo wordt een wereldstad van ongekende rijkdom; een metropool met 300.000 inwoners en honderden moskeeën. Rond het jaar 1000 was Palermo sprookjesachtig mooi. Prachtige paleizen met weelderige tuinen en gouden daken van de moskeeën die glansden en schitterden in de zon.
Zoals altijd, is onderlinge twist het begin van het einde. Omdat de Arabische vorsten, de kaìd, elkaar het licht in de ogen niet gunnen, komt het er niet van op Sicilië een uniforme bestuursstructuur in te voeren. Zonder zo'n stabiele basis valt de zaak vroeg of laat wat in elkaar. Dat biedt kansen voor de volgende golf vreemdelingen die het op Sicilië hebben voorzien: de Normandiërs.

Sicilië en de Normandiërs
Halverwege de elfde eeuw raakt de adel van Europa op drift. Koningen, hertogen, graven - alles wat van adel is en het zich financieel kan veroorloven, stort zich in avonturen en dappere ondernemingen. Voor velen is het verdedigen van het geloof en het verdrijven van Saracenen een mooi excuus om er een jaar of wat op uit te trekken. Even weg uit de verveling, op zoek naar gewin en avontuur. Ook vanuit Normandië zetten zich ridders in beweging. Onder hen zijn de directe voorouders van Frederik: de Normandische edelman Tancred van Hauteville (Altavilla) en zijn twaalf dappere zonen: fortuinzoekers die zich graag laten uitnodigen om te vechten tegen de "ongelovigen".
In 1061 komen zij naar Sicilië, en kijken hun ogen uit naar het eiland en naar de glanzende pracht van zijn Arabische heersers. Waarom zou je verder trekken als hier alles is wat een mens zich kan wensen? Hoewel de Arabische heerschappij al over zijn hoogtepunt heen is en geen bedreiging meer vormt voor Het Geloof, zijn er nog genoeg Saracenen voor een geloofwaardig verhaal over de kerstening van het eiland. Met de zegen van de paus wordt Sicilië in de loop van de volgende dertig jaar geleidelijk door de Normandiërs ingelijfd. Eerst worden de Saracenen van het eiland verdreven, en daarna ook de Grieken. Vervolgens nemen de Normandiërs ook heel Zuid-Italië in: Apulië, Calabrië - al het gebied ten zuiden van de Kerkelijke Staat: het Koninkrijk van de Twee Siciliën.
De zoons van Tancred van Hauteville vormden een kleurrijk gezelschap. Rogier en zijn broers waren stuk voor stuk gerenommeerde vechtersbazen - mogelijk een restant van het oude Vikingenbloed in hun aderen. Een van Rogiers broers was 'Willem met de ijzeren arm'. Een andere broer was Robert Guiscard, "de Sluweling", een breedgeschouderde, blonde held die zo hard kon schreeuwen dat hij ooit met alleen zijn stem een leger van zestigduizend man op de vlucht liet slaan.
Na de Grieken en de Arabieren, beleeft Sicilië zijn derde periode van bloei als de Normandiërs er op de grondvesten van het Byzantijnse en Arabische bestuur hun vorstendom stichten.
Rogier I wordt opgevolgd door zijn zoon Rogier II, die in 1130 in Palermo als eerste Normandiër wordt gekroond tot Koning van Sicilië en Apulië. Een kanjer van een koning, deze Rogier II, het hoogtepunt van de Normandische bestuurstraditie in Sicilië. Zijn hof wordt het culturele centrum van belangrijke kunstenaars en wetenschappers, en hij leidt zijn koninkrijk met strakke hand. Hij is de grootvader van Frederik II.
De Normandiërs zijn voortreffelijke, efficiënte bestuurders, en leggen de basis voor een aantal staatkundige elementen die tot de dag van vandaag zijn blijven bestaan. Bij de Normandiërs ligt de uitvoerende macht van de koning steeds minder bij zijn vazallen en steeds meer bij zijn functionarissen (ministerialen). In plaats van machtige, inhalige en onbetrouwbare hertogen en graven met eigen ambities, komt er geleidelijk een krachtig netwerk van controleerbare ambtenaren, die nooit zoveel macht kunnen krijgen dat ze een bedreiging kunnen vormen. Sicilië is daarmee de eerste, sterk gecentraliseerde ambtenaren-staat waarin de verschillende etnische groeperingen eendrachtig samenwerken.
Onder de Normandische heerschappij gaat het goed met Sicilië; Tegen het einde van de 12e eeuw is Sicilië de rijkste staat van Europa. Dat is het moment waarop Frederik II geboren wordt.

