D2 - De verovering van Palermo

Uit de kronieken van Otto van St Blasien

 

Het jaar des Heren 1194. In dat jaar voerde Keizer Hendrik opnieuw een machtig leger over de Alpen. Het had hem behaagd genade te schenken aan Koning Richard, die zich in zijn gevangenschap bevond. Richard, die men die men wel Leeuwenhart noemt, had in ruil voor zijn vrijlating een grote som betaald aan goud en zilver.

Na het bekend worden van de dood van Tancred van Lecce, brak de Keizer terstond op vanuit Trifels. In zijn gezelschap reisde ook Keizerin Constance, tientallen bisschoppen, honderden priesters en een ontelbaar groot gevolg aan ridders, ministerialen en huurlingen. Nadat de Keizer Pinksteren in Milaan had gevierd, vervolgde hij met groot machtsvertoon zijn tocht naar het zuiden over Piacenza naar Genua en Pisa. De Keizerin verbleef in Noord-Italië totdat de grootste zomerhitte voorbij was. Daarna reisde zij met haar gevolg langs de Oostelijke kustweg naar het Zuiden.

Het leger van de keizer, dat onder bevel stond van rijkshofmaarschalk Hendrik van Kalden, Markgraaf Bonifacius van Montferrat en Markwaard van Annweiler, was zo ontzagwekkend dat alle steden zich onder zijn gezag stelden zonder zijn macht te beproeven. Baronnen en edelen reden de Keizer tegemoet om hem te huldigen. Zelfs Napels opende zijn poorten voor de Keizer, zodat hij de stad genadig kon zijn. Geen genade gold Salerno, vanwege de belediging die deze trouweloze stad enige jaren tevoren de Keizerin had aangedaan. Onder leiding van Dietmar van Schweinspoint werd de stad vernietigd en in de as gelegd.

*

In datzelfde jaar, rond het feest van de Heilige Lucas, op een dag die door de hofastrologen nauwkeurig berekend was, meerden de galeien van Keizer Hendrik aan in het westen van Sicilië, in de buurt van de stad Palermo, de hoofdstad en de zetel van het aartsbisdom Sicilië. Toen zij onze machtige vloot zagen naderen, kwamen edelen en afgezanten van de burgerij de Keizer vanuit de stad tegemoet om hem te huldigen. Gekleed in prachtige feestkledij, en voorafgegaan door muzikanten met bazuinen en schalmeien kwamen zij naar de haven om eer te bewijzen aan de Keizer, die als eerste Duitse Heer voet zette op het eiland. De Keizer nam hun huldeblijken in ontvangst. Daarna nam hij zijn intrek in het nabij gelegen slot Favara, waar allen zich verbaasden over de rijkdom, de weelderige pracht en verfijnde schoonheid van het kasteel. De Keizer beval zijn troepen binnen te gaan in de schaduwrijke koninklijke tuinen, die geheel met muren omringd zijn. Zij waanden zich in het paradijs. Verspreid over de weelderig begroeide en onmetelijk grote tuinen, gescheiden door kunstig aangelegde vijvers, troffen zij vele dieren aan, van allerlei soort. Leeuwen, tijgers, beren, herten, eenhoorns en pauwen. Maar ook wonderlijke dieren zoals in onze streken nooit gezien zijn: grote woestijnpaarden met twee ruggen, reusachtige runderen met vergroeide snuiten en gevlekte beesten met een lange hals en poten zo hoog als bomen. Sommigen beweerden ook monsters gezien te hebben met één reusachtige voet, die zij boven hun hoofd hielden als bescherming tegen de zon – maar zelf heb ik die niet gezien. De keizer gaf bevel deze dieren te gebruiken als voedsel voor zijn troepen die over land van Messina oprukten naar Palermo.

*

Enige tijd later, daags vóór de Opdracht van Maria, hield Keizer Hendrik zijn triomfantelijke intocht in Palermo. De keizerlijke banieren waren opgehangen op alle torens van de stad en de keizer, gehuld in koninklijk gewaad en met alle tekenen van het regaal, werd door de burgers in processie verwelkomd. De keizer en zijn leger hielden halt op enige afstand buiten muren van de stad. Daar trokken de burgers hem in groepen tegemoet, geordend op rangen, standen en leeftijden: eerst de edelen, dan de oudere mannen in volgorde van leeftijd, dan de jongere en sterkere mannen, dan de jonge mannen die nog niet oud genoeg waren om een baard te hebben of in de oorlog te dienen. Allen waren gekleed in feestelijke kleding; hun paarden getooid met het fraaiste tuig. Zij wierpen zich plat op de grond voor de keizer, begroetten hem daarna, op volgorde van hun rang, met de grootst mogelijke eerbied en brachten hem hulde met muziek van verschillende instrumenten. Zij roemden de Keizer, noemden hem "de zon, het licht van de wereld en de verwachte dag die komt zonder nacht".

De keizer had strikte orders laten uitgaan tegen elke vorm van ongedisciplineerdheid onder de Duitsers; wie het bevel overtrad, zou de handen worden afgehakt. Langzaam, twee voor twee, reden zijn troepen in hun schitterend blinkende wapenrusting naar de stad. De Keizer zelf reed achteraan in de stoet, begeleid door zijn hofmaarschalk en hoogste gezagsdragers. Hij was hoog gezeten op een prachtige zwarte hengst; de zon schitterde op het goudborduursel van de sjabrak.

Voorafgegaan door vaandeldragers en Saraceense bazuinblazers maakte hij zijn glorieuze binnenkomst in de stad; door allen werd hem luidkeels lof toegezongen. De gehele stad was door de burgers getooid met feestelijke tapijten en slingers van allerlei soorten bloemen en kostbare versieringen. Het hoefgetrappel van de paarden werd gesmoord in bloemen die op de straten waren uitgestrooid. De pleinen binnen en buiten de stad waren vervuld van de geur van wierookhars en mirre en andere kostbare geurwaren. Dienaren met een zwarte huiskleur, maar gekleed in smetteloos wit, wuifden met palmtakken langs de weg. Kostbare, kleurrijke pronktapijten hingen neer van alle balkons. Vanaf de balkons en platte daken werden door de mooie vrouwen van Palermo geurige bloemblaadjes over de keizer uitgestrooid. Overal wapperde het keizerlijke vaandel met de zwarte adelaar en de gele vlag met de drie zwarte leeuwen op het wapen van de Hofenstaufen. De lucht trilde van galmende kerkklokken, schallende bazuinen en het gejuich van de mensenmassa's, ongeacht of zij Sicilianen, Arabieren, Grieken of Joden waren.

Toen de menigten op de pleinen de keizer zagen, knielden zij voor hem, en wierpen zich in ontzag plat op de grond met het gezicht naar beneden, zoals in dat land gebruikelijk is. De burgers gaven hem vele geschenken: Arabische fokpaarden met gouden tomen, met goud en zijde afgezette zadels, en stijgbeugels, en vele andere zaken van goud, zilver en zijde en kostbare edelstenen. Met dit alles beloonde de keizer zijn leger ruimhartig. Eerst gaf hij geschenken aan de vorsten, daarna toonde hij zich vrijgevig aan al zijn ridders.

*

Het jaar des Heren 1194. Hoogfeest van de Geboorte des Heren. Toen Keizer Hendrik Palermo binnen trok, had men hem verteld dat de regentes Sibylle en Willem, haar gekroonde zoon zich niet meer in de stad bevonden maar gevlucht waren naar een vesting bij Caltabellotta, een stad in het zuiden van het eiland. Daarop had de Keizer middels een gezantschap de onderwerping geëist van de jonge koning Willem en de uitlevering van alle regalia voor de koningskroning. In ruil daarvoor zegde hij regentes Sibylle en haar zoon vrijheid van persoon en goederen toe, en beleende hij hen met het graafschap Lecce en het vorstendom Tarente. Daarop keerde de regentes terug naar Palermo, met haar zoon en de kroonschat van de Normandische koningen. De keizer ontving haar in de grote zaal van Castello dei Normanni. Op een teken van zijn moeder trad de kleine Willem plechtig naar voren tussen een haag van baronnen en ridders door. Hij knielde voor de Keizer en legde de kroningsmantel en de Siciliaanse koningskroon aan zijn voeten. Allen die het gezien hebben, waren diep ontroerd. Daarna traden alle leenheren één voor één naar voren, knielden voor hun soeverein, en zwoeren hem trouw. In aanwezigheid van alle kerkelijke en wereldlijke vorsten droeg de Keizer de koningskroon voor het eerst op het Hoogfeest van de Geboorte des Heren, in de nieuwe kathedraal van Palermo.

*

Niemand weet hoe de samenzwering zo lang geheim heeft kunnen blijven. Men zegt dat er brieven onderschept zijn waarin melding wordt gemaakt van de plannen van de baronnen. Een monnik, wiens naam Ubaldo was, zou deze brieven aan de Keizer hebben gegeven. Omdat alle belangrijke baronnen naar Palermo waren gekomen voor de kroningsplechtigheid, kon Keizer Hendrik het verraad snel de kop indrukken.

Vanaf de vroege ochtend van de dag van St Stephanus drongen gewapende troepen van de Keizer binnen in alle kastelen en tentenkampen rondom Palermo. Zelfs herbergen en gasthuizen werden uitgekamd. Lijfwachten en gardes – voor zover die waren meegereisd naar Palermo - werden buiten gevecht gesteld. Honderden edelen werden in de kerkers van de koninklijke kastelen opgesloten voordat de Keizer zijn vonnis over hen uitsprak. Samenzwering tegen de koning is gelijk aan heiligschennis; het is immers een zonde tegen de door God gestelde orde. Dit besef alleen maakt dat mensen als ik, die niet geheel harteloos zijn, kunnen berusten in de gruwelijke straffen die de Keizer over de opstandelingen voltrok.

Alle vrienden van de overleden Tancred van wie mogelijk gevaar te duchten viel, werden gefolterd en levend verbrand. Sommigen werden levend gevild, of in gruwelijke omstandigheden opgesloten in donkere vochtige verliezen. Anderen, God hebbe hun ziel, werden met staken doorboord of levend begraven. Bisschoppen en wereldheren die hadden meegewerkt aan de kroning van Tancred en zijn zoon Rogier werden aan een langzame vuurdood overgeleverd of in zee verdronken. Aartsbisschop Nikolaus van Salerno werd opgehangen aan een dorre boom, omringd door honden. Toen de Keizer hoorde dat zowel Tancred als zijn zoon bijgezet waren met kroon en al, gaf hij opdracht hun graven te openen en hen de kroon van het hoofd te rukken. Men zegt zelfs dat hij het lijk van Tancred heeft laten onthoofden en zijn gebeente heeft laten verstrooien.

Na enkele jaren gevangenschap in Sicilië werd Sibylle, de weduwe van Tancred samen met haar dochters naar Duitsland afgevoerd. Dit droevige lot trof ook de kleine Willem, nadat hij gecastreerd was en hem het licht in de ogen was ontnomen. Ook Margaritus, de admiraal van Tancreds vloot, Richard van Aiello, de zoon van de kanselier, en vele andere edelen werden de ogen uitgebrand voordat zij werden weggeleid. Maar misschien was het droevigste lot van allen dat van de Keizer zelf, die niemand meer kon vertrouwen.

Hij liet de koninklijke vestigingen bezetten door getrouwe Duitse troepen gaf belangrijke posities aan getrouwe edelen van Zwabische afkomst en ministerialen die hierdoor tot hoge ambten stegen.

*

God is groot! Groot geluk voor het Keizerrijk! Ijlkoeriers brengen het nieuws dat Keizerin Constance is bevallen van een zoon. Voor allen aan het hof verzoet de vreugde om deze geboorte het bittere toeval dat zijn moeder hem het leven schonk op dezelfde dag dat zijn vader zoveel anderen het leven moest nemen. Men zegt dat Keizer Hendrik Sicilië niet veilig vindt voor zijn zoon en opdracht heeft gegeven hem op het vasteland te houden en naar Foligno te brengen en hem onder bescherming van de hertogin van Spoleto te stellen.