B1 - Frederik II, een kort overzicht
De voortekenen zijn gunstig

Als enige zoon van de Duitse keizer Hendrik VI en de Siciliaanse Constanza van Altavilla zijn de voortekenen voor Frederik II (1194-1250) uitermate gunstig. Hij is erfgenaam van het Siciliaanse Rijk en beoogd troonopvolger van het Duitse Rijk. Daarmee is hij voorbestemd voor een grote toekomst in de voetstappen van Rogier en Frederik I Barbarossa, zijn illustere grootvaders. Maar alles dreigt fout te lopen wanneer eerst in 1197 zijn vader en, na anderhalf jaar regentschap, ook zijn moeder sterft. Op zijn derde jaar is Frederik wees, en aan de goden overgeleverd.
Een kansloos begin
Voordat zij sterft, heeft Constanza haar zoon onder bescherming gesteld van paus Innocentius III, die als voogd en beschermheer zal optreden tot Frederiks meerderjarigheid. Dat gebeurt halfslachtig en het ziet er naar uit dat Frederik nooit meer zal worden dan een vergeten prinsje. Het Duitse Rijk is verloren geraakt aan Otto IV en ook als koning van Sicilië lijkt Frederiks positie kansloos. Dat koninkrijk is een chaotisch slangennest van inhalige edelen en heerszuchtige krijgsheren die alleen hun eigen belangen dienen en optimaal profiteren van de afwezigheid van een sterk gezag. Frederik vormt voor niemand een serieuze bedreiging en groeit op in de luwte van het Siciliaanse hof in Palermo. Een gelukkige combinatie van factoren – talent, leergierigheid, karakter, het hoog beschaafde hofleven en goede leermeesters – maakt dat hij zich heeft ontwikkeld tot een veelbelovende jongeman op het moment dat hij wettelijk oud genoeg is om het koningschap te vervullen. Dan blijkt dat men hem onderschat heeft. Frederik gaat zelfbewust en verrassend voortvarend van start als koning en schroomt niet ook de Kerk tegen de haren in te strijken. Zijn zelfverzekerdheid neemt alleen maar toe wanneer hij trouwt met de 11 jaar oudere Constance van Aragon. Met lef, koninklijk charisma, geslepenheid en onwankelbaar zelfvertrouwen manifesteert de jonge koning van Sicilië zich als iemand om rekening mee te houden.
De kansen keren
Frederiks echte doorbraak begint in 1212, wanneer hij, op verzoek van de Duitse vorsten, de hachelijke tocht naar Duitsland onderneemt om aanspraak te maken op de Duitse troon als tegenstrever van de machtige Otto IV. Zonder geld, zonder leger, zonder zelfs maar een behoorlijk plan, lijkt dat een kansloze onderneming. De miraculeuze wijze waarop hij de Alpen over komt en op het nippertje in het Duitse Rijk voet aan de grond weet te krijgen, maakt diepe indruk in het ontvankelijke, licht beïnvloedbare klimaat van die dagen. Het wonder gebeurt. De bekoorlijke jongeman met de stralende oogopslag krijgt de wind van de publieke opinie in de rug en weet met een combinatie van strategie en geluk zijn doel te bereiken. In 1215 wordt hij gekroond tot koning van het Duitse Rijk en vervolgens in 1220 tot keizer van het Roomse Rijk.
Na zijn keizerskroning keert Frederik naar zijn koninkrijk Sicilië terug. Na 8 jaar afwezigheid moet hij eerst grondig orde op zaken stellen. De weerspannige baronnen worden vrij gemakkelijk in het gareel gebracht. Veel meer moeite heeft Frederik met het onderwerpen van de opstandige Saracenen op het eiland Sicilie. Uiteindelijk lukt dat, zij het met onorthodoxe middelen. Zodra Frederik de zaak in de hand heeft, begint hij de eerste maatregelen en wetgevingen uit te vaardigen die het koninkrijk mettertijd zullen hervormen tot een strak geleide, centralistisch staat. Deze jaren staan ook in het teken van de voorbereidingen voor de kruistocht waartoe hij zich als voorbeeldig vorst verplicht acht. Het moment waarop hij die onderneemt (pas in 1228, na alsmaar getreuzel en uitstel) en de manier waarop hij dat doet (respectvolle onderhandelingen met de sultan in plaats van zinloos bloedvergieten) zetten zijn verhouding met de Kerk onder grote druk en leiden tot zijn (eerste) excommunicatie. De Kerk schrikt nergens voor terug. Tijdens Frederiks afwezigheid valt een pauselijk huurlingenleger zelfs het koninkrijk binnen. Vanaf de preekstoelen wordt het gerucht verspreid dat Frederik in het Heilig Land is omgekomen.
Maar Frederik keert heelhuids terug. Als zijn schepen terugkeren in de haven van Bari, lijkt het voor zijn onderdanen alsof hij uit de doden is opgestaan. De vijandelijke troepen worden verjaagd en vanaf dit moment loopt het conflict met de Kerk steeds verder op. Jarenlang liggen keizer en paus met elkaar overhoop en de wereld kijkt in ontzetting toe hoe zij elkaar wederzijds verketteren en naar het leven staan. In totaal wordt Frederik drie keer geexcommuniceerd. Maar zelfs als hij als keizer wordt afgezet, tast dat zijn heerschappij niet wezenlijk aan.
Frederik als staatsman
Het koninkrijk Sicilië (dat bestaat uit het eiland plus Zuid-Italië) wordt door Frederik omgevormd tot een modelstaat: een moderne, efficiënte ambtenarenstaat. In de Wetten van Melfi schept hij een compleet, samenhangend stelsel van sociaaleconomische wet- en regelgeving waarmee hij zijn tijd ver vooruit is.
Duitsland
Voordat hij tot keizer wordt gekroond, installeert Frederik zijn oudste zoon, Hendrik VII, als koning van Duitsland. Maar wanneer deze zich steeds zelfstandiger opstelt, net zo eigenzinnig blijkt te zijn als zijn vader en uiteindelijk zelfs een verbond sluit met diens vijanden, wordt Hendrik door Frederik afgezet, vernederd en levenslang opgesloten.
Boven-Italië
Naast de Kerk zijn de rijke handelssteden in Boven-Italië Frederiks grootste tegenstanders. Milaan is daarbij aartsvijand nummer 1 - net als in de tijd van Opa Barbarossa. De snel groeiende onafhankelijkheidsdrang van de zelfbewuste, rijke burgerij botst frontaal met de ambities van de keizer die zijn godgegeven heerschappij erkend wil zien. Dat leidt tot uitzichtloze conflicten, spectaculaire belegeringen, dramatische veldslagen, huiveringwekkende samenzweringen en aanslagen-die-net-op-tijd-verijdeld worden.
Stupor Mundi
Behalve verlicht heerser en groot staatsman, was Frederik ook een fascinerend mens, een gerespecteerd geleerde en erkend valkenier. Hij stichtte de eerste staatsuniversiteit uit de geschiedenis, liet meer dan 200 kastelen bouwen waaronder het intrigerende Castel del Monte, sprak 8 talen, en schreef "De Arte Venandi cum Avibus" (Over de Kunst van het Jagen met Vogels), het befaamde boek over de valkenjacht dat tot op de dag van vandaag geldt als het ultieme handboek van valkeniers. Frederik was een eminent ruiter, begunstigde wetenschappers en kunstenaars, debatteerde met de grootste geleerden van zijn tijd, en had daarnaast nog voldoende tijd om op valkenjacht te gaan en een uitbundig, exotisch hofleven te leiden, met wijsgeren en wichelaars. Hij at matig, verpoosde zich met veel vrouwen en baadde - o, schande - zelfs op zondag. Sommigen zagen in hem de Verlosser, de belofte van een nieuwe tijd. Anderen beschouwden hem als de Antichrist, het Beest uit de Apocalyps en verspreidden gruwelijke verhalen over hem. In ieder geval was Frederik II de meest roemruchte vorst van zijn tijd.
Door zijn tijdgenoten werd Frederik II Stupor Mundi genoemd, “Hij die de wereld versteld doet staan”. Zeg nou zelf: is dit niet iemand om nader kennis mee te maken?

