E1 - Het huwelijk met Constance
1209 Het huwelijk en de vijfhonderd ruiters
Nog tijdens zijn voogdschap heeft paus Innocentius III voor Frederik een bruid uitgezocht: nadat een eerdere verloving met haar zuster Sancha ongedaan was gemaakt, is de keus nu gevallen op de 25-jarige Constance van Aragon, zus van Koning Peter II van Aragon, weduwe van de Hongaarse Koning Emmerik. Door het arrangeren van een huwelijk met een telg uit het Kerkgetrouwe huis van Aragon hoopt Innocentius Frederik onder de duim te kunnen houden, ook wanneer zijn voogdij formeel zal ophouden zodra Frederik op zijn veertiende wettelijk volwassen wordt. Bovendien moest voorkomen worden dat Frederik met een Duitse vorstendochter zou trouwen: de angst voor een verbinding van het Siciliaanse Rijk met het Duitse Keizerrijk zat er bij de Kerk diep in.
Frederik moest aanvankelijk weinig hebben van een huwelijk met de 11 jaar oudere Constance, die al getrouwd was geweest en zelf ook weinig oren naar het huwelijk had. Belangrijkste overweging voor Frederik om toch met het huwelijk in te stemmen was de toegezegde morgengave van vijfhonderd goed uitgeruste Catalaanse en Provençaalse ruiters. Vijfhonderd van de beste ruiters betekende een aanzienlijke strijdmacht - en die was dringend gewenst om de opstandige bergsaracenen op Sicilië in het gareel te krijgen en om de baronnen op het vasteland in bedwang te houden.

Wanneer de onderhandelingen tot een goed einde zijn gebracht, en het huwelijk op afstand al is gesloten, Constance komt "in macht en heerlijkheid" op 15 augustus 2009 (Maria Hemelvaart) aan in Palermo.
Het was Frederiks bedoeling direct na de festiviteiten met de ridderschaar naar het vasteland te trekken – maar nog tijdens de feestelijkheden breekt in het Spaanse tentenkamp in de moordende augustushitte een epidemie uit, die binnen een paar dagen de dood van de meerderheid van de ridders betekent. Een van de eersten is Constance's broer, graaf Alfons van Provence, die zijn zus naar Sicilië begeleid had.
Frederik en de 11 jaar oudere Constance trekken zich ijlings uit Palermo terug naar Catania om de epidemie te ontlopen. En, wonder boven wonder: de twee blijken van elkaar te gaan houden. Tussen de rijpe, elegante, hoofse Constance en de rauwe, vroegrijpe Frederik ontstaat een diepe genegenheid. Na de vroege dood van zijn moeder (die dezelfde naam had) is Constance de eerste mens die Frederik onvoorwaardelijk kan vertrouwen. Hij doet dat ook, en profiteert er zelf het meest van. Constance brengt Frederik gevoel bij voor een gecultiveerd leven, voor hoofse manieren en omgangsvormen passend bij zijn koninklijke rang. Zij is de enige van Frederiks vrouwen die tot keizerin wordt gekroond, en de enige die aan zijn zijde aan het hof verblijft.
